Home
Werking 
 Centrum
Lijst 
 groepen
Tienen
Aarschot
Ontwikkelingsstoornis

Baby's  en   Peuters  met  een  ontwikkelingsstoornis

 "Sarah is nu 19 maanden, ze kan nog niet alleen lopen.  Is dit normaal of scheelt er motorisch iets?"

"Onze Tim brabbelt er lustig op los, praten in volzinnen lukt niet.  Hij tekent alleen verticale lijntjes, een rondje of een horizontaal streepje tekenen is er zelden bij.  Is dit wel normaal, hij is toch al drie jaar?"

Heel wat ouders stellen zich de vraag: "Wat moet mijn baby, peuter en/of kleuter zoal kunnen op taal- en/of motorisch vlak?"  Op grond van groots opgezette onderzoekprojecten en tal van empirische gegevens wordt vastgesteld wat kinderen op een bepaalde leeftijd gemiddeld kunnen.  Op basis van allerlei objectieve criteria kan dan worden nagegaan of het kind een normale of een vertraagde ontwikkeling doorloopt.  Daar elk kind het ontwikkelingsproces in zijn eigen tempo doormaakt, mag men zich niet blindstaren op de tijdstippen waarop bepaalde functies zouden moeten verworven zijn.

Op motorisch vlak doet er zich tijdens de eerste levensjaren een snelle ontwikkeling voor.  Er zijn cruciale momenten waarop een groot aantal nieuwe activiteiten tevoorschijn komen.  De tussenliggende periodes schijnen een voorbereiding te vormen voor de volgende ontwikkelingsgolf.  Het is dan ook meestal tijdens deze momenten dat ouders zich vaak vragen stellen in de zin van: " Hij blijft precies 'hangen', hij leert niets nieuws bij.  Hoe komt dit toch?  Wat doen wij fout?"   Een belangrijke periode in de loop van het psycho-motorische ontwikkelingsproces is de leeftijd rond 7 tot 9 maanden.  De interindividuele verschillen op motorisch vlak, die tot dan toe nog niet goed te onderscheiden waren, komen na de 6de maand duidelijker tot uiting.  In deze periode merkt men ook dat sommige kinderen die tot dan toe traag evolueerden, betrekkelijk snel hun achterstand inhalen en naar het normale evolueren.  Indien de achterstand blijft, dient er zo snel mogelijk een zuigelingen (-of peuter) onderzoek plaats te vinden.

Via onderzoek en observaties kunnen eventuele tekorten opgespoord worden.  Een aangepaste psychomotorische- of Bobath/kiné-behandeling kan opgestart worden.  Ook in de loop van de behandelingen blijft het noodzakelijk voortdurend te herevalueren, zodat de behandeling aangepast en bijgestuurd kan worden.

Voor de evaluatie van het taalvermogen op zich wordt er vaak verwezen naar de normale stadia in de taalontwikkeling.  Ook hier dienen we rekening te houden met mogelijke individuele verschillen van kind tot kind.  Het is een algemeen gegeven dat het taalvermogen pas tot ontwikkeling komt nadat het kind heeft leren articuleren en in ieder geval zich later uit dan de motorische ontwikkeling.  De taalontwikkeling begint elementair rond de leeftijd van 6 maanden met de eerste vocale sociale reacties en het brabbelen.  De eerste éénwoordzinnen vallen samen met het ogenblik waarop het kind leert staan en leert lopen (ongeveer rond 10 maanden).  Het is wachten op eenvoudige zinnen tot het kind de leeftijd van 3 jaar heeft bereikt.

Ook hier geldt dat -bij twijfel- over de taalontwikkeling van het jonge kind een evaluatie van het taalvermogen een aanrader is.

 

[Home] [Algemeen]

Made by RAXIT