In DSM-IV worden onder de titel, Pervasive Developmental Disorder, vijf stoornissen opgenomen:
- Autistische stoornis
- Stoornis van Rett
- Stoornis van Asperger
- Desintegratiestoornis van de kindertijd
- Niet anders omschreven PDD
Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen de autistische stoornis en de aanverwante contactstoornissen. Het belangrijkste kenmerk van deze groep stoornissen is de moeilijkheden bij het verwerven van
cognitieve, taalkundige, motorische en sociale vaardigheden.
De ontwikkeling van deze kinderen verloopt niet alleen trager, deze kinderen ontwikkelen ook anders.
Mensen met autisme of een aanverwante stoornis
hebben problemen met communicatie, sociale omgang en verbeelding. Ook vallen ze vaak terug op beperkte en stereotiepe gedragingen.
Deze personen verwerven slechts met moeite enig inzicht in hun omgeving. Het is voor
hen moeilijk om menselijke communicatie te begrijpen en om aangepast te reageren en zich te gedragen. Er worden veel dingen waargenomen maar ze kunnen niet met elkaar in verband gebracht worden. Ze zijn teveel gericht
op details en verliezen op die manier het geheel uit het oog. Zo komt het dat de hele wereld voor hen één grote wirwar van indrukken wordt. Ze hebben een extreem verlangen naar het handhaven van dezelfde toestand omdat
ze, door zich vast te klampen aan vaste routines, orde trachten aan te brengen in hun chaotische wereld.
Het diagnostisch onderzoek verloopt in twee fasen. In een eerste fase gaat men via uitgebreide informatie van de
ouders en multidisciplinaire onderzoeken van het kind komen tot het classificeren van de stoornis.
Na het stellen van de rubriekdiagnose gaat men in de tweede fase via onderzoek het cognitief, motorisch en sociaal
niveau waarop het kind functioneert vastleggen. Deze resultaten zijn dan de basis voor het opstellen van een individueel aangepast behandelingsplan.
Voor bijkomend onderzoek doen we een beroep op gespecialiseerde centra.
Een pervasieve ontwikkelingsstoornis blijft het hele leven aanwezig, maar door aangepaste opvoeding en onderwijs kan het leven van een persoon
met een pervasieve ontwikkelingsstoornis een stuk waardiger gemaakt worden.
Door tijd en ruimte voorspelbaar te maken a.d.h.v. dag- en werkschema' s, de ruimte aan te passen en structuur aan te brengen, worden ze
geholpen om hun omgeving beter te begrijpen.
Een duidelijke, constante omgeving vormt voor hen de grootste houvast om hun chaotische wereld een zekere structuur te geven.
Enerzijds worden de ouders begeleid bij
het verwerken van de problematiek van het kind en eventuele praktische problemen en anderzijds is er de begeleiding en behandeling van het kind.
Deze behandeling van het kind richt zich op verschillende aspecten of doelen:
- Het stimuleren van de normale ontwikkeling.
Er wordt aandacht besteed aan de motoriek, het spel, de zelfredzaamheid, de sociale ontwikkeling, de taalontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling of het leerproces.
- Het verminderen van de rigiditeit en weerstand tegen veranderingen.
- Advies bieden bij eventuele problemen: slaap- of eetproblemen, driftbuien, angsten, destructief gedrag, ... .